Verhaal van de diëtist: een stap naar herstel
Dit verhaal is geschreven door diëtist Marjolein van den Diepstraten. Mevrouw Schepers is een fictief persoon. Het verhaal is gebaseerd op verschillende ervaringen uit de praktijk.
Mevrouw Schepers kwam vandaag voor de vierde keer op mijn spreekuur. Net zoals de vorige 2 keren was het voor mij ook nu direct zichtbaar dat ze verder was afgevallen. Haar gelaatskleur was wit en de glans uit haar ogen was verdwenen. 33 jaar is ze, feitelijk in de bloei van haar leven. 2 jonge kinderen waar ze vol liefde voor zorgt. Een baan waar ze van geniet. Tegelijkertijd is ze een vrouw met een trauma uit het verleden dat er al langere tijd voor zorgt dat ze een brok in haar keel ervaart en daardoor moeilijk kan eten.
We zijn een paar weken geleden gestart met zachte en vloeibare voeding, energie- en eiwitverrijkt. Toen haar dat niet voldoende bleek te helpen, voegden we daar drinkvoeding aan toe. Het was duidelijk dat we het nu moesten hebben over een volgende stap: sondevoeding.
Sondevoeding heeft voor veel mensen nog iets engs. Het wordt geassocieerd met ernstige ziekte, ouderdom of de naderende dood. En dat terwijl sondevoeding ook bij jongere mensen vaak net dat duwtje de goede kant op kan geven. Een neus-maagsonde is natuurlijk heel zichtbaar. Met zo’n slangetje in de neus ziet iedereen dat er iets aan de hand is. Dat maakt de drempel voor veel mensen groot om die stap te zetten.
Sondevoeding is niet de 1e stap die we zetten. We proberen eerst op andere manieren of iemand genoeg voeding binnenkrijgt. Lukt dat niet en verzwakt iemand steeds verder? Pas dan bespreken we sondevoeding. We zien dat cliënten op dat moment zelf ook wanhopig zijn. Ze willen dan alles aanpakken om hun kwaliteit van leven te verbeteren.
Voor de meeste cliënten is sondevoeding tijdelijk. Bij specifieke ziektes is sondevoeding wel blijvend. Dan kiezen we op een gegeven moment niet meer voor voeden via de neus. We kiezen dan voor een directe verbinding via de buik. Dit is minder zichtbaar en het geeft meer comfort. Bij kortdurende sondevoeding is voeden met een neus-maagsonde de beste keuze.
Bij TWB werken zorgmedewerkers die weten hoe ze met sondevoeding moeten omgaan. Zij kunnen de sonde inbrengen. Ze helpen cliënten met het aan- en afkoppelen en het doorspuiten van de sonde. En ze helpen bij storingen van de voedingspomp. We starten sondevoeding thuis op met hulp van onze verpleegkundigen. De verpleegkundigen leren cliënten hoe alles werkt. En ze moedigen cliënten aan om de handelingen zelf uit te voeren. We zien dat het zelfvertrouwen van de cliënt daardoor snel groeit. Ze kunnen de zorg voor de sonde uiteindelijk helemaal zelf doen.
Bij mevrouw Schepers pakten we het ook zo aan. Ik maakte samen met haar een plan voor extra sondevoeding. Voor haar was het belangrijk om haar dagstructuur te houden en te blijven eten. Daarom planden we naast de sondevoeding ook kleine maaltijden en genoeg drinkmomenten in. De sondevoeding verving het eten dus niet. Maar het haalde wel de druk eraf. Mevrouw Schepers gebruikte de sondevoeding een paar maanden. Daarnaast volgde ze therapie voor de trauma’s.
Inmiddels gaat het steeds beter met haar. Ze is weer wat aangekomen. Met een combinatie van zelf eten en drinkvoeding houdt ze haar gewicht op peil. Ik blijf haar de komende tijd begeleiden. Sondevoeding was de redding voor mevrouw Schepers in een zware tijd. We verwachten dat ze lichamelijk steeds fitter wordt. En dat ze weer volop kan genieten van haar kinderen. Zonder dat ze na 10 minuten spelen moet afhaken, omdat de energie op is.