Naar het consultatiebureau
Samen met jou bespreken we wanneer je met je kind naar het consultatiebureau komt en wat je nodig hebt van ons.


Afspraken op het consultatiebureau
Net zoals in het eerste jaar, wegen en meten we je kind bij ieder bezoek. Tijdens het gesprek met de jeugdarts, verpleegkundig specialist of jeugdverpleegkundige doen we spelletjes met je kind om de motorische ontwikkeling te volgen.
Bij ieder bezoek onderzoeken we ook de ontwikkeling van taal bij je kindje. Vanaf 14 maanden kijken we wat je kind kan zeggen. “Bah” voor iets wat ze vies vinden bijvoorbeeld. Of “die” als ze naar iets wijzen. Vanaf 2 jaar testen we welke woorden je kind al zegt. En we testen of je kindje begrijpt wat wij zeggen. Zo zien we of de taalontwikkeling van je kind goed gaat. Is dat niet het geval? Dan bespreken we met jou de mogelijkheden om je kind te helpen in deze ontwikkeling. Natuurlijk is er ook nu nog alle ruimte om vragen te stellen.
We doen tijdens een afspraak ook lichamelijk onderzoek. Lees verder om te zien wat we precies doen in deze fase. Volgt je kind het rijksvaccinatieprogramma? Dan combineren we de vaccinatiemomenten met je afspraken bij ons.

Ons aanbod is vrijwillig
Als ouder kun je er zelf voor kiezen of je gebruik wilt maken van onze zorg. Onze zorg is vrijwillig en jouw kind staat hierin voorop. Wanneer je ervoor kiest om geen gebruik te maken van ons aanbod, kijken we samen hoe we hier een vervolg aan kunnen geven.
In deze afbeelding zie je de onderwerpen waarover je het met de professionals van de Jeugdgezondheidszorg kunt hebben. Samen bespreken we wat goed gaat, waar we je eventueel in kunnen ondersteunen en wat het beste bij jou, jouw kind en je gezin past.
Lichamelijk onderzoek
Op het consultatiebureau doen we soms ook lichamelijk onderzoek.
Oogonderzoek
Bij je bezoek aan het consultatiebureau kijken we of je kind met allebei de ogen een voorwerp kan volgen. En als je kind tussen de 3 en 4 jaar is, doen we voor het eerst een ogentest. Je kind krijgt dan een speciale bril op, waarvan 1 oog is afgeplakt. Vervolgens laten we je kind naar een kaart kijken met de hoofdletter E die verschillende kanten op staat. Je kind moet ons dan vertellen wat het ziet. Zo weten wij of het met allebei de ogen goed ziet.
Ziet je kind niet goed? Dan doen we de test een paar maanden later vaak nog een keer. Ziet je kind dan nog steeds niet goed? Dan verwijzen we jullie naar de oogarts. Die kan kijken of je kind bijvoorbeeld een bril nodig heeft.
Hartonderzoek
Tot je kind 14 maanden oud is, onderzoeken we het hart. Zo kunnen we zien of het een aangeboren hartafwijking heeft. Het is belangrijk dat we dat op tijd ontdekken. Dan kunnen artsen in het ziekenhuis zo snel mogelijk met de behandeling beginnen.
Wij onderzoeken het hart van je kind door ernaar te luisteren. Dat doen we met een stethoscoop. Horen we iets verdachts aan het hart? Dan verwijzen we jullie naar het ziekenhuis.
Als je kind ouder is dan 14 maanden, is het onderzoek niet meer nodig. Dan weten we dat er geen aangeboren hartafwijking is.
Heuponderzoek
Totdat je kind goed kan lopen, onderzoeken we bij ieder bezoek de heupen. Zo kunnen we zien of er heupdysplasie is. Bij heupdysplasie heeft de heup niet helemaal de goede vorm. Dat wil zeggen dat de bovenkant van het bot van het bovenbeen niet netjes in het heupgewricht zit. Daardoor kan de heup van je kindje makkelijk uit de kom gaan of kan er sneller slijtage optreden. Daar kan je kind last van krijgen als het gaat lopen. Maar als we het vroeg ontdekken, kunnen artsen dit goed behandelen. Je kind heeft er zo geen last van.
Soms ontdekken we tijdens het onderzoek dat de heup al uit de kom is. Ook dat kunnen artsen in het ziekenhuis goed behandelen als we het vroeg ontdekken.
Oogonderzoek en ogentest
Bij je bezoek aan het consultatiebureau kijken we of je kind met allebei de ogen een voorwerp kan volgen. En als je kind tussen de 3 en 4 jaar is, doen we voor het eerst een ogentest. Je kind krijgt dan een speciale bril op, waarvan 1 oog is afgeplakt. Vervolgens laten we je kind naar een kaart kijken met de hoofdletter E die verschillende kanten op staat. Je kind moet ons dan vertellen wat het ziet. Zo weten wij of het met allebei de ogen goed ziet.
Ziet je kind niet goed? Dan doen we de test een paar maanden later vaak nog een keer. Ziet je kind dan nog steeds niet goed? Dan verwijzen we jullie naar de oogarts. Die kan kijken of je kind bijvoorbeeld een bril nodig heeft.
Hartonderzoek
Tot je kind 14 maanden oud is, onderzoeken we het hart. Zo kunnen we zien of het een aangeboren hartafwijking heeft. Het is belangrijk dat we dat op tijd ontdekken. Dan kunnen artsen in het ziekenhuis zo snel mogelijk met de behandeling beginnen.
Wij onderzoeken het hart van je kind door ernaar te luisteren. Dat doen we met een stethoscoop. Horen we iets verdachts aan het hart? Dan verwijzen we jullie naar het ziekenhuis.
Als je kind ouder is dan 14 maanden, is het onderzoek niet meer nodig. Dan weten we dat er geen aangeboren hartafwijking is.
Heuponderzoek
Totdat je kind goed kan lopen, onderzoeken we bij ieder bezoek de heupen. Zo kunnen we zien of er heupdysplasie is. Bij heupdysplasie heeft de heup niet helemaal de goede vorm. Dat wil zeggen dat de bovenkant van het bot van het bovenbeen niet netjes in het heupgewricht zit. Daardoor kan de heup van je kindje makkelijk uit de kom gaan of kan er sneller slijtage optreden. Daar kan je kind last van krijgen als het gaat lopen. Maar als we het vroeg ontdekken, kunnen artsen dit goed behandelen. Je kind heeft er zo geen last van.
Soms ontdekken we tijdens het onderzoek dat de heup al uit de kom is. Ook dat kunnen artsen in het ziekenhuis goed behandelen als we het vroeg ontdekken.